Wat is het verschil tussen de jaarlijkse huurverhoging en de inkomensafhankelijke huurverhoging?

Bij zelfstandige woningen mag een verhuurder per 1 juli 2020 de huur verhogen met een percentage tussen de 0,1en 6,6 procent. Het percentage wordt jaarlijks door de overheid vastgesteld. Het verschil tussen de reguliere huurverhoging en de inkomensafhankelijke huurverhoging is de hoogte van het maximale percentage. Welk percentage van toepassing is, is afhankelijk van het inkomen van de huurder.

Als een huurder in 2018 een huishoudinkomen had lager dan € 43.574, dan is er sprake van een jaarlijkse reguliere huurverhoging. De verhuurder mag de huur dan met maximaal 5,1% verhogen.

Als een huurder in 2018 een huishoudinkomen had hoger dan € 43.574, dan is er sprake van een inkomensafhankelijke huurverhoging. De verhuurder mag de huur met maximaal 6,6% verhogen. De verhuurder moet bij het verhogingsvoorstel aan de huurder wel een inkomensverklaring van de Belastingdienst meesturen. Als het inkomen van de huurder in 2019 is gedaald, kan de huurder wel bezwaar maken tegen het inkomensafhankelijke deel van de huurverhoging. De huurder moet in dit geval een eigen inkomensverklaring van de Belastingdienst overleggen.

Let op: Indien het jaarinkomen in 2019 is gedaald tot onder de grens, dan mag de huurprijs maximaal met 5,1% worden verhoogd. Het inkomensafhankelijke deel van de huurverhoging is dan niet toegestaan.

Bij onzelfstandige woningen geldt een maximaal huurverhogingspercentage van 4,1% ongeacht het inkomen van de huurder. De verhuurder kan in dat geval dus geen inkomensafhankelijke huurverhoging doorvoeren.