Ruim 12.000 verzoeken aan de Huurcommissie

Asje van Dijk, voorzitter van de Huurcommissie

Ruim 12.000 huurders en verhuurders hebben in 2020 de weg naar de Huurcommissie gevonden om een uitspraak te vragen over hun geschil. Dit is een stijging van ruim 21 procent ten opzichte van het jaar ervoor en benadrukt het belang van de Huurcommissie als onafhankelijke geschillenbeslechter. Dit staat in het jaarverslag 2020 van de Huurcommissie.

Verzoeken

De meeste verzoeken die de Huurcommissie ontving (27%) waren bezwaren tegen de jaarlijkse huurverhoging (3.283). In 2019 was dit 12% van het aantal ontvangen verzoeken. Bij deze bezwaren toetst de Huurcommissie of verhuurders zich houden aan de wet. Uit de cijfers blijkt dat 97 procent van de verhuurders vorig jaar in het gelijk is gesteld over hun voorstel voor de jaarlijkse huurverhoging.

Daarnaast ging 25 procent van de verzoeken over huurverlaging door gebreken (3.000) en 22 procent van de verzoeken over de afrekening van de servicekosten (2.637). In 2019 was dit respectievelijk 27 procent en 22 procent. Bij de afrekening van de servicekosten krijgt ruim 80 procent van de huurders gelijk.

Doorlooptijd

Ondanks de grote uitdagingen die de Huurcommissie afgelopen jaar heeft ervaren door de coronacrisis, zijn toch bijna 8.600 verzoeken afgehandeld. Dit is minder dan in het jaar ervoor. Door de hoge instroom van verzoeken en het feit dat onderzoeken in woningen en hoorzittingen tijdelijk niet konden doorgaan, liepen de werkvoorraad en de doorlooptijd voor behandeling van een verzoek op. De Huurcommissie betreurt dat huurders en verhuurders lang moeten wachten op de afronding van hun zaak. De Huurcommissie zag het aantal klachten over haar dienstverlening  - met name over de behandelduur van verzoeken - verdubbelen en 87 procent hiervan is gegrond verklaard.

Andere werkwijze

Om de werkvoorraad op orde te brengen, de doorlooptijd te verkorten en het aantal klachten te verminderen, heeft de Huurcommissie in 2020 haar werkwijze veranderd. Asje van Dijk, voorzitter van de Huurcommissie: “Naarmate de pandemie aanhield, besloten we over te gaan op andere werkwijzen. Met een schriftelijke behandeling van zaken (een uitspraak van de voorzitter) en videozittingen hebben we een uitweg gezocht.” De schriftelijke afhandeling kan worden toegepast bij ‘eenvoudige’ zaken, als blijkt dat een hoorzitting onnodig is. Huurders en verhuurders zijn – naast zorgvuldigheid – ook gebaat bij een snelle uitspraak over hun geschil. Deze aanpassing in de werkwijze om de werkvoorraad weer op orde te krijgen, is toegelicht in het actieplan ‘Aanpak achterstanden’. Van Dijk: “Met dit actieplan willen we het tij keren en eind 2021 verzoeken weer afdoen binnen de wettelijke termijn zodat huurders en verhuurders snel, deskundig en duidelijk uitspraak krijgen over hun geschil.”