Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee

Toelichting beleidsboeken wat betreft zonnepanelen

De Huurcommissie heeft in een aantal beleidsboeken het beleid verduidelijkt ten aanzien van zonnepanelen. Omdat dit vragen heeft opgeroepen, volgt hieronder een verdere toelichting.
 
Voor huurder en verhuurder geldt een ruime mate van contractsvrijheid bij het maken van afspraken over de huurprijs en de servicekosten.
 
Als de Huurcommissie gevraagd wordt een uitspraak te doen over zonnepanelen, dan zal zij bezien of sprake is van roerende of onroerende zonnepanelen. Zonnepanelen die zonder beschadiging van betekenis aan de panelen of het dak weggenomen kunnen worden kunnen roerend zijn. Er zal per zaak en met inachtneming van alle omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld of sprake is van roerende of onroerende zonnepanelen. Het antwoord op de vraag of sprake is van roerende of onroerende zonnepanelen is bepalend voor de vervolgstappen bij de Huurcommissie. Daarbij volgt de Huurcommissie de wet en het beleid dat zij de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. 
 
Roerende zaken mogen, als dit is overeengekomen, worden doorberekend via de servicekosten. Er kan dan een vast bedrag worden afgesproken. Dit wordt ook wel een gebruiksvergoeding genoemd. De Huurcommissie gaat daarbij uit van de werkelijke investeringskosten: de kosten voor aanschaf plus mogelijk kosten van plaatsing. Over het algemeen hanteert de Huurcommissie daarbij een geschatte levensduur van tien jaar. Daarbij geldt dat via de servicekosten geen doorberekening kan plaatsvinden van onderhoud en monitoring. Bij collectieve aansluitingen geldt dezelfde redenering, maar daarbij zal via een verdeelsleutel bepaald moeten worden wat de kosten per woning zijn.
 
Bij onroerende zonnepanelen mogen de kosten niet via de servicekosten worden doorberekend. De zonnepanelen zitten dan in de kale huurprijs. Het plaatsen van onroerende zonnepanelen kan wel gezien worden als een vorm van woningverbetering die kan leiden tot een hogere huurprijs. In geval van een geschil hierover zal de Huurcommissie bezien of de voorgestelde huurverhoging redelijk is. Daarbij worden de kosten bepaald aan de hand van onder meer de afschrijving. Over het algemeen hanteert de Huurcommissie voor zonnepanelen een geschatte levensduur van tien jaar. De huur mag door de geriefsverbeteringverhoging niet uitstijgen boven de maximaal redelijke huurprijs.
 
Andere manieren van verrekening, zoals een berekening die gebaseerd is op de theoretisch bespaarde elektriciteit zijn toegestaan. Echter als er verzoeken bij de Huurcommissie worden ingediend zullen die worden getoetst aan de wet- en regelgeving en het vastgestelde beleid van de Huurcommissie.