Wijzigingen in beleidsboeken

Per 1 juli 2018 vinden wijzigingen plaats in 4 beleidsboeken van de Huurcommissie. Het gaat hierbij om het Beleidsboek huurverhoging na woningverbetering, het Beleidsboek waarderingsstelsel zelfstandige woonruimte, het Beleidsboek waarderingsstelsel onzelfstandige woonruimte en het Beleidsboek nutsvoorzieningen en servicekosten.

Het betreft de volgende wijzigingen:

  1. Beleidsboek huurverhoging na woningverbetering, versie juni 2018
    a. In het beleidsboek is een uitgebreidere omschrijving opgenomen, over de werkwijze en de in deze procedure door huurcommissie gehanteerde rekenmethodiek. Concreet gaat het om nadere toelichting over de berekening van het geldende (jaargemiddelde) rentepercentage. Daarnaast is de rekenmethodiek nader toegelicht met een rekenvoorbeeld, om inzicht te geven in de wijze waarop de maandelijkse huurverhoging berekend wordt. Het beleid en de rekenmethodiek zijn niet gewijzigd.

  2. Beleidsboek waarderingsstelsel zelfstandige woonruimte, versie juni 2018
    a. Onder rubriek 5. Keuken is de voorzieningenlijst van de extra kwaliteit uitgebreid met het onderdeel inductiekookplaat. Een dergelijke type kookplaat wordt met 1,5 punt gewaardeerd;
    b. Onder rubriek 9. zijn de nieuwe WOZ-kengetallen toegevoegd voor de berekening van de WOZ-punten per 1 juli 2018.
    c. In het beleidsboek is een toelichting opgenomen over de wetgeving en het uitvoeringsbeleid, betreffende de verlengde indieningstermijn voor de toetsing aanvangshuurprijs bij tijdelijke huurovereenkomsten (art. 7:249 lid 2 BW).

  3. Beleidsboek waarderingsstelsel onzelfstandige woonruimte, versie juni 2018
    a. In het beleidsboek is een toelichting opgenomen over de wetgeving en het uitvoeringsbeleid, betreffende de verlengde indieningstermijn voor de toetsing aanvangshuurprijs bij tijdelijke huurovereenkomsten (art. 7:249 lid 2 BW).

  4. Beleidsboek nutsvoorzieningen en servicekosten, versie juni 2018
    a. Indien een huurder bezwaar heeft tegen een servicekostenafrekening, moet hij dit eerst proberen op te lossen met de verhuurder, voordat hij bij de Huurcommissie terecht kan. Als nog geen bezwaar is gemaakt bij de verhuurder is immers nog geen sprake van een geschil tussen partijen. In dat geval kan de Huurcommissie een verzoek van de huurder niet-ontvankelijk verklaren. Deze wijziging gaat in per 1 juli 2018.
    b. De Huurcommissie gebruikt momenteel als redelijkheidstoets voor het gas-, elektra- en waterverbruik de KWR-methode. Daarnaast wordt deze methode gebruikt als sanctie (van 50%) indien de verhuurder geen facturen heeft verstrekt. Als de verhuurder het verplichte specificatieformulier voor de servicekosten niet heeft gebruikt wordt als sanctiemethode de wettelijk vastgestelde gebruiken toegepast. Bij deze methoden wordt vervolgens een betalingsverplichting berekend door uit te gaan van een CBS-tarief. De Huurcommissie vindt het logischer om één sanctiemethode toe te passen. Bovendien is de KWR-methode verouderd en niet verifieerbaar voor partijen, en houdt het CBS de gemiddelde tarieven niet meer bij. Als sanctiemethode wordt voortaan uitsluitend uitgegaan van de wettelijk vastgestelde verbruiken. Voor de redelijkheidstoets wordt uitgegaan van de gegevens van het Nibud. Zowel voor de sanctiemethode als voor de redelijkheidstoets wordt voortaan gebruik gemaakt van de tarieven die door het Nibud worden gepubliceerd. Deze wijziging gaat in per 1 juli 2018 voor alle verzoeken die gaan over het kalenderjaar 2017 en later.

Deze huidige versies van de beleidsboeken zijn te vinden op de pagina Publicaties.