Voorbeelden van uitspraken

Om huurder en verhuurder meer duidelijkheid te geven over de huurverhoging staat hieronder een aantal voorbeelden van uitspraken die de Huurcommissie vorige jaren heeft gedaan.

Voorbeeld 1 Huishoudverklaring Belastingdienst onjuist & omvang huishouden

Bezwaar: De huurder maakt in 2019 bezwaar tegen de inkomensafhankelijke huurverhoging van 5,6% omdat de huishoudverklaring van de Belastingdienst niet klopt. Daarnaast heeft huurder aangeven dat haar dochter in december 2018 bij haar is komen wonen.
Uitspraak: De Huurcommissie heeft een tweede actuele huishoudverklaring ontvangen. Ook uit deze verklaring blijkt dat het huishouden nu uit twee personen bestaat en dat het inkomen in 2017 hoger lag dan €42.436 (grens 2019). Huurder heeft niet aangetoond dat het inkomen lager is. Hierna is huurder gewezen dat voor de bepaling van het huishoudinkomen wordt uitgegaan van alle personen die op de ingangsdatum van de huurverhoging staan ingeschreven. Het inkomen van deze ingeschreven personen in 2017 (twee jaar terug) wordt meegenomen. Het is niet van belang dat de dochter van huurder in 2017 toen niet op het adres stond ingeschreven. Het bezwaar van huurder is ongegrond.
Bekijk Voorbeelduitspraak 1 (Huishoudverklaring Belastingdienst onjuist & omvang huishouden) (pdf)

Voorbeeld 2 Huurprijs boven liberalisatiegrens en AOW-leeftijd

Bezwaar: De huurder heeft bezwaar gemaakt tegen een reguliere huurverhoging van 3,2% omdat de huurprijs volgens huurder boven de huurprijs van een sociale huurwoning uitkomt. Daarnaast heeft huurder aangegeven dat hij de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.
Uitspraak: De huurprijs bij aanvang van de huurovereenkomst bepaalt of een woning geliberaliseerd is. In het geval van huurder is de woning niet geliberaliseerd en hiermee een sociale huurwoning. Dat de huurprijs door de voorgestelde huurverhoging boven de liberalisatiegrens uitkomt staat los van de huurverhoging. Ook het bezwaar over de AOW-gerechtige leeftijd treft geen doel. Het bezwaar op de AOW-leeftijd is alleen mogelijk als er een inkomensafhankelijke huurverhoging is voorgesteld, huurder heeft een reguliere huurverhoging van 3,2% gekregen. Er is geen verband tussen de liberalisatiegrens en de AOW-gerechtigde leeftijd. Het bezwaar van de huurder is ongegrond.
Bekijk Voorbeelduitspraak 2 (Huurprijs boven liberalisatiegrens en AOW-leeftijd) (pdf)

Voorbeeld 3 Onderhoudsgebreken

Bezwaar: De huurder heeft bezwaar gemaakt tegen de huurverhoging van 4,1% omdat de woning gebreken heeft.
Uitspraak: Gebreken in de woning zijn geen geldige reden om de huurverhoging te weigeren, tenzij de Huurcommissie een verzoek hiervoor in behandeling heeft óf een huurprijsverlaging vanwege onderhoudsgebreken heeft uitgesproken. Hiervan is geen sprake. Het bezwaar van de huurder is ongegrond.
Bekijk Voorbeelduitspraak 3 (Onderhoudsgebreken) (pdf)

Voorbeeld 4 Daling van het inkomen

Bezwaar: De huurder heeft bezwaar gemaakt tegen de inkomensafhankelijke huurverhoging van 5,6% omdat het inkomen lager is dan de toen geldende inkomensgrens. 
Uitspraak: Huurder heeft met een uittreksel uit de Basisregistratie Personen in combinatie met IBRI’s van alle ingeschreven personen aangetoond dat het huishoudinkomen in 2018 lager was dan de inkomensgrens. De inkomensafhankelijke huurverhoging wordt hierdoor aangepaast naar de reguliere huurverhoging van 4,1%. Het bezwaar van de huurder is gegrond.

Bekijk Voorbeelduitspraak 4 (Daling_van_het_inkomen) (pdf)