In dit deel wordt uiteengezet welke zaaksoorten er zijn, welke procedures hieronder vallen en wat hierbij het legesbeleid is. Het gaat om de legesveroordeling na een uitspraak. De zittingscommissie kan in bijzondere omstandigheden gemotiveerd afwijken van het onderstaande beleid.
In de uitspraak wordt in beginsel één van de partijen, of beide gedeeltelijk, veroordeeld tot betaling van de leges. Het uitgangspunt is dat de partij die in het ongelijk wordt gesteld, de leges betaalt. Dit betekent dat de volgende opties mogelijk zijn:
- de partij die in het ongelijk wordt gesteld betaalt de leges, ook wel 100%.
- als partijen gedeeltelijk in het ongelijk worden gesteld, krijgt de verzoeker een deel van het voorschot terug en wordt het andere deel bij de wederpartij geïnd, ook wel 50%-50%.
De legesveroordeling is in beginsel € 25 voor de huurder of € 500 voor de verhuurder. Bij het vaststellen van de leges voor een verhuurder kijkt de Huurcommissie ook naar het eerdere veroordelingen van de verhuurder. Dit gebeurt op basis van het aantal keren dat de Huurcommissie in de vier voorafgaande kalenderjaren uitspraak heeft gedaan over deze verhuurder. Alleen de uitspraken waarin de verhuurder volledig in het ongelijk is gesteld worden meegeteld. Deze geschiedenis speelt een rol bij het bepalen van de hoogte van de legesvergoeding die de verhuurder uiteindelijk moet betalen. Op basis van deze gegevens kan het legestarief worden aangepast volgens het gedifferentieerde (oplopende) legestarief44:
- 1e keer ongelijk: €500
- 2e keer ongelijk: €700
- 3e keer ongelijk: €1.400
- 4e keer of meer ongelijk: €1.750
De Huurcommissie kent vier verschillende zaaksoorten: huurprijsprocedures, gebreken, servicekosten en all-in prijzen. Onder elke zaaksoort vallen een aantal procedures. Hieronder wordt ingegaan op het legesbeleid per procedure.
44Voor meer informatie over het gedifferentieerde legestarief voor de verhuurder, zie paragraaf 2.10 in het algemene deel.
Hoofdstuk 3. Huurprijsprocedures
3.1 Maximering huurprijsverhogingen op basis van een huurverhogingsbeding
De huurder kan binnen vier maanden na de ingangsdatum van de verhoging van de huurprijs op basis van een beding in de huurovereenkomst, de Huurcommissie vragen een uitspraak te doen over die verhoging.45
Uitkomst |
Legesveroordeling |
| De huurverhoging is redelijk | 100% huurder |
| De huurverhoging is niet redelijk | 100% verhuurder |
| De huurverhoging is toegestaan maar niet volgende de voorgestelde of in rekening gebrachte verhoging | 50% huurder en 50% verhuurder |
| Het verzoek is niet-ontvankelijk | 100% huurder |
45Artikel 7:248 lid 4 BW.
3.2 Toetsing aanvangshuurprijs
Als de aanvangshuurprijs volgens een huurder te hoog is, kan de huurder de Huurcommissie verzoeken om dit te beoordelen.46 De Huurcommissie beoordeelt de redelijkheid van de aanvangshuurprijs aan de hand van een puntensysteem. Daarbij wordt ook rekening gehouden met eventuele onderhoudsgebreken die bij aanvang van de huurovereenkomst aanwezig waren.
Uitkomst |
Legesveroordeling |
| De aanvangshuurprijs is redelijk | 100% huurder |
| De aanvangshuurprijs is op grond van punten niet redelijk | 100% verhuurder |
| De aanvangshuurprijs is redelijk, maar er zijn wel ernstige gebreken | 100% verhuurder |
| Het verzoek is niet-ontvankelijk | 100% huurder |
46Artikel 7:249 BW
3.3 Huurverlaging op grond van inkomensdaling
Een huurder kan een lagere huurprijs voorstellen, omdat zijn inkomen is gedaald.47 Hierbij wordt een eerdere huurverhoging, die gebaseerd was op een hoger inkomen, ongedaan gemaakt.
Uitkomst |
Legesveroordeling |
| Het huurverlagingsvoorstel is redelijk | 100% verhuurder |
| Wel verlaging maar niet volgens het voorstel (hieronder vallen ook het niet op tijd voldoen aan en fouten in de vormvoorschriften) | 50% huurder en 50% verhuurder |
| Het huurverlagingsvoorstel is niet redelijk | 100% huurder |
| Het verzoek is niet-ontvankelijk | 100% huurder |
|
Het huurverlagingsvoorstel van de huurder is redelijk, maar huurder stuurt pas tijdens de procedure bij de Huurcommissie bijzondere gegevens op (bijvoorbeeld een inkomensverklaring van de Belastingdienst). Verhuurder heeft deze nog niet eerder in kunnen zien. Huurder wordt voor 50% in de leges veroordeeld. |
47Artikel 7:252b BW.
3.4 jaarlijkse huurverhoging (niet inkomensafhankelijk)
In de procedure voor de jaarlijkse huurverhoging kan zowel de huurder als verhuurder de verzoeker zijn.48
Uitkomst |
Legesveroordeling |
| Het huurverhogingsvoorstel is redelijk | 100% huurder |
| Het huurverhogingsvoorstel is niet redelijk | 100% verhuurder |
| Huurverhoging is toegestaan maar niet volgens het voorstel | 50% huurder en 50% verhuurder |
| Huurverhoging is toegestaan maar fout in de vormschriften | 50% huurder en 50% verhuurder |
| Het verzoek is niet ontvankelijk | 100% verzoeker |
48Artikel 7:253 BW
3.5 Inkomensafhankelijke huurverhoging
De verhuurder heeft de mogelijkheid om bij een woning in de sociale sector de huurprijs te verhogen als het huishoudinkomen van de huurder behoort tot de midden- of hogere inkomens.49
Uitkomst |
Legesveroordeling |
| Het huurverhogingsvoorstel is redelijk | 100% huurder |
| Huurverhoging is toegestaan maar niet volgens het voorstel | 50% huurder en 50% verhuurder |
| Huurverhoging is redelijk maar fout in de vormschriften | 50% huurder en 50% verhuurder |
| Het huurverhogingsvoorstel is niet redelijk | 100% verhuurder |
| Het verzoek is niet-ontvankelijk | 100% verzoeker |
| Inkomensafhankelijk deel van de huurverhoging is (na bezwaar van huurder A) niet redelijk, maar reguliere huurverhoging was | 100% verhuurder |
| Bijzonder: Huurverhogingsvoorstel niet redelijk, maar huurder heeft relevante stukken niet op tijd aangeleverd bij de verhuurder | Geen legesveroordeling |
49Artikel 7:252a BW.
3.6 Huurverlaging op grond van punten
De huurder kan een huurverlagingsvoorstel aan de verhuurder doen.50 Als de verhuurder niet instemt met het voorstel of hier niet op reageert, kan de huurder de Huurcommissie verzoeken om de redelijkheid van de huurprijs te beoordelen.
Uitkomst |
Legesveroordeling |
| De huurprijs is redelijk | 100% huurder |
| De huurprijs is niet redelijk, maar voorgestelde ingangsdatum is ook niet redeljk51 | 50% huurder en 50% verhuurder |
| De huurprijs is niet redelijk, maar voorstel is lager dan maximaal redelijke huurprijs | 50% huurder en 50% verhuurder |
| De huurprijs is niet redelijk en voorstel is gelijk aan of hoger dan de maximaal redelijke huurprijs | 100% verhuurder |
| Het verzoek is niet-ontvankelijk | 100% huurder |
50Artikel 7:254 BW.
51De ingangsdatum wordt ambtshalve door de Huurcommissie verschoven. De overige vormvereisten worden getoetst in het kader van de ontvankelijkheid van het verzoek
3.7 Huurverhoging na woningverbetering
Als een verhuurder verbeteringen in de woning aanbrengt, kan hij daarvoor een huurverhoging vragen.52 De huurverhoging moet in redelijke verhouding staan tot de verbeteringskosten. Als huurder en verhuurder het niet eens zijn over het bedrag van de verhoging, kan één van de partijen de Huurcommissie verzoeken een uitspraak te doen over de huurverhoging.
| Uitkomst | Legesveroordeling |
| De huurverhoging is redelijk | 100% huurder |
| De huurverhoging is niet redelijk53 | 100% verhuurder |
| De huurverhoging is gedeeltelijk redelijk (niet volgens voorstel maar wel verhoging) | 50% huurder en 50% verhuurder |
| Het verzoek is niet-ontvankelijk | 100% verzoeker |
52Artikel 7:255 en 7:255a BW (vrije sector)
53Dit kan het geval zijn als er geen sprake is van renovatie maar van onderhoud.
Hoofdstuk 4. Gebreken en huurprijs na herstel gebrek
4.1 Huurverlaging op grond van onderhoudsgebreken
De huurder kan de Huurcommissie verzoeken de huurprijs tijdelijk te verlagen, wegens gebreken in de woning.54
Uitkomst |
Legesveroordeling |
| Tijdelijke huurprijsverlaging55 | 100% verhuurder |
| Geen tijdelijke huurprijsverlaging | 100% huurder |
| Het verzoek is niet-ontvankelijk | 100% huurder |
54Artikel 7:257 lid 2 BW.
55Als de verhuurder het ernstige gebrek niet heeft kunnen herstellen, omdat de huurder onvoldoende meewerkt aan het herstel dan kan dit leiden tot een minder vergaande tijdelijke huurverlaging of mogelijk tot geen tijdelijke huurverlaging.
4.2 Melding herstel van gebreken
Als de verhuurder van mening is dat de gebreken zijn hersteld, maar de huurder is het hier niet mee eens, dan kan de verhuurder de Huurcommissie verzoeken om vast te stellen dat de gebreken zijn hersteld.56
56Artikel 4 lid 3 Uhw.
Uitkomst |
Legesveroordeling |
| De gebreken zijn hersteld | 100% huurder |
| De gebreken zijn niet hersteld57 | 100% verhuurder |
| De gebreken zijn gedeeltelijk hersteld | 50% huurder en 50% verhuurder |
| Het verzoek is niet-ontvankelijk | 100% verhuurder |
57Als de verhuurder het ernstige gebrek niet heeft kunnen herstellen, omdat de huurder onvoldoende meewerkt aan het herstel dan kan dit leiden tot een minder vergaande tijdelijke huurverlaging of mogelijk tot geen tijdelijke huurverlaging.
| Bij de beoordeling is de inhoud van het verzoekschrift van belang. |
|
Volgens verhuurder zijn alle gebreken hersteld. Huurder is het hier niet mee eens en stelt dat een deel van de gebreken zijn hersteld. De Huurcommissie oordeelt dat de gebreken gedeeltelijk zijn hersteld en stelt huurder in het gelijk. Verhuurder moet dan de leges betalen. |
|
Volgens de verhuurder zijn alle gebreken op 1 september 2025 hersteld, waarna hij de oorspronkelijke huurprijs (voor de verlaging) weer in rekening brengt. De Huurcommissie oordeelt dat de gebreken later, op 1 oktober 2025, zijn hersteld en stelt hiermee de verhuurder deels in het ongelijk. Beide partijen worden voor de helft in de leges veroordeeld. |
Hoofdstuk 5. Servicekosten
5.1 Afrekening servicekosten
Wanneer de Huurcommissie door huurder of verhuurder wordt verzocht de redelijkheid van de servicekosten te beoordelen, wordt de afrekening van de verhuurder nagerekend.58 Het verzoek is niet-ontvankelijk als het bedrag waar het om gaat lager is dan €36 (drempelbedrag).
Uitkomst |
Legesveroordeling |
| Betalingsverplichting is lager dan afrekening59 | 100% verhuurder |
| Betalingsverplichting is hetzelfde als afrekening | 100% huurder |
| Betalingsverplichtiing is hoger dan afrekening | 100% huurder |
| Verhuurder heeft niet afgerekend | 100% verhuurder |
| Het verzoek is niet-ontvankelijk | 100% verzoeker |
58Artikel 7: 260 BW.
59 Is het verschil tussen de afrekening en de betalingsverplichting minder dan €36, dan wordt de huurder in de leges veroordeeld.
5.2 Voorschot servicekosten
De huurder kan vragen om verlaging van het voorschotbedrag aan servicekosten.60
Uitkomst |
Legesveroordeling |
| Het voorschotbedrag is aanzienlijk hoger dan de te verwachten servicekosten61 | 100% verhuurder |
| Het voorschotbedrag is lager of komt overeen met de te verwachten servicekosten | 100% huurder |
| Het verzoek is niet-ontvankelijk | 100% huurder |
60Artikel 7: 261 lid 3 BW.
61De Huurcommissie neemt aan dat het voorschot aanzienlijk hoger is dan de te verwachten servicekosten, wanneer dat voorschot minstens twee keer zo hoog is dan het voorschot dat berekend kan worden op basis van de te verwachten kosten.
5.3 Energieprestatievergoeding
Als een huurder het niet eens is met de energieprestatievergoeding (EPV) die de verhuurder in rekening brengt, kan de huurder de Huurcommissie verzoeken om de redelijkheid van de EPV te beoordelen.62
Uitkomst |
Legesveroordelinng |
| De EPV is redelijk | 100% huurder |
| De EPV is niet redelijk | 100% verhuurder |
| Het verzoek is niet-ontvankelijk | 100% huurder |
| Uitzondering: De EPV is niet redelijk, vanwege de uitkomst van de HEO63 | Geen legesveroordeling |
62Artikel 7: 261 a BW.
63Artikel 7 lid 10 Uhw.
Hoofdstuk 6. All-in prijzen
6.1 Ambtshalve splitsen all-in prijs
Een all-in prijs is een prijs waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen de huurprijs en servicekosten. Als bij een verzoek* blijkt dat sprake is van een all-in prijs kan de Huurcommissie, voordat een uitspraak wordt gedaan, de prijs uit zichzelf (ambtshalve) splitsen in een kale huurprijs en servicekosten.64 De Huurcommissie doet dit alleen als de kale huurprijs nodig is om uitspraak te kunnen doen.
*Het gaat hierbij om verzoeken zoals bedoeld in de artikelen 7:249, 253, 254, 255, 257 (bij aanwezigheid van een gebrek) artikel 260 BW en artikel 261 lid 3 BW.
Uitkomst |
Legesveroordeling |
| Ambtshalve splitsing | 100% verhuurder |
| Geen splitsing | Legesveroordeling is afhankelijk van de uitkomst in het oorspronkelijke verzoek |
64Artikel 17a Uhw.
6.2 Splitsen all-in prijs op verzoek van huurder
Wanneer sprake is van een all-in prijs, kan de huurder aan de verhuurder een voorstel doen om de all-in prijs te splitsen. Als de verhuurder hier niet mee instemt of niet reageert, kan de huurder tot zes weken na de datum waarop het voorstel moest ingaan, de Huurcommissie verzoeken uitspraak te doen over de redelijkheid van het voorstel.65
Uitkomst |
Legesveroordeling |
| Het voorstel is redelijk | 100% verhuurder |
| Het voorstel is niet redelijk | 50% huurder en 50% verhuurder |
| Het voorstel is redelijk en fout in de vormvoorschriften | 50% huurder en 50% verhuurder |
| Geen all-in prijs, huurder is al verhuisd of de verhuurder heeft het voorstel geaccepteerd | 100% huurder |
| Het verzoek is niet-ontvankelijk | 100% huurder |
65Artikel 7:258 BW.
Hoofdstuk 7. Samenloopprocedures
7.1 Gebreken en huurverhoging
Wanneer de huurder vóór de voorgestelde ingangsdatum van de huurverhoging een gebrekenprocedure bij de Huurcommissie is gestart, beslist de Huurcommissie eerst op de gebrekenprocedure.66 Daarna wordt pas een oordeel gegeven over het voorstel tot huurverhoging.67 Als de Huurcommissie de huurprijs verlaagt wegens gebreken in de woning, dan kan de huurprijs niet worden verhoogd in de verhogingsprocedure, totdat de gebreken zijn hersteld.68 Omdat het om twee verschillende procedures gaat, wordt voor beide procedures apart een legesveroordeling uitgesproken.
66Kamerstukken II 1997/98, 26 090, nr. 3, p. 33.
67Artikel 13 lid 3 Uhw.
68Artikel 7:250 lid 2 BW.
Uitkomst |
Legesveroordeling |
| Huurprijs is tijdelijk verlaagd wegens gebreken, huurverhoging is niet redelijk | 100% verhuurder |
| Na aanzegging huurverhoging is de huurprijs tijdelijk verlaagd wegens gebreken, huurverhoging is niet redelijk | Geen legesveroordeling |
| Geen gebreken in de woning en huurverhoging is redelijk | 100% huurder |
| Geen gebreken in de woning maar huurverhoging is niet redelijk | 100% verhuurder |
| Geen gebreken in de woning en huurverhoging gedeeltelijk volgens voorstel | 50% huurder en 50% verhuurder |
|
De verhuurder stelt op 30 april 2025 een huurverhoging per 1 juli 2025 voor. Op 5 mei 2025 maakt de huurder bezwaar tegen deze huurverhoging. Om de huurverhoging door te voeren, moet de verhuurder binnen 6 weken na de voorgestelde ingangsdatum een huurverhogingsprocedure bij de Huurcommissie starten. De verhuurder start op 12 mei 2025 een procedure bij de Huurcommissie om de huurverhoging door te voeren, binnen de wettelijke termijn tot 6 weken na 1 juli 2025 (ingangsdatum van de huurverhoging). De huurder heeft echter al op 30 april 2025 een gebrekenprocedure bij de Huurcommissie gestart. De Huurcommissie stelt in deze procedure gebreken vast in de woning, waardoor de huurprijs tijdelijk wordt verlaagd. Hierdoor mag de verhuurder de huurverhoging niet doorvoeren, ongeacht de redelijkheid van het voorstel. Omdat de verhuurder verplicht was een huurverhogingsprocedure te starten, om na bezwaar van de huurder de huurverhoging door te voeren, leidt een legesveroordeling van de verhuurder tot een onbillijke situatie. De Huurcommissie past de hardheidsclausule toe en spreekt in de huurverhogingsprocedure geen legesveroordeling uit. |
7.2 Gelijktijdig lopende verzoeken servicekosten
Het kan voorkomen dat meerdere huurders een verzoek indienen over dezelfde servicekosten over meerdere jaren69 of dat één huurder verzoeken indient over de servicekosten van meerdere jaren. Als aan de voorwaarden uit paragaaf 2.16 wordt voldaan, kunnen de verzoeken gelijktijdig worden behandeld. Wordt de verhuurder in het ongelijk gesteld, dan worden de leges van de verhuurder gematigd.
Uitkomst |
Legesveroordeling |
| Betalingsverplichting is lager dan afrekening | 100% verhuurder in de eerste twee zaken, daarna € 25 per zaak |
| Betalingsverplichting is hetzelfde als afrekening | 100% huurder |
| Betalingsverplichting is hoger dan afrekening | 100% huurder |
| De verhuurder heeft niet afgerekend | 100% in de eerste twee zaken, daarna € 25 per zaak |
| Het verzoek is niet-ontvankelijk (huurder is verzoeker) | 100% huurder |
| Het verzoek is niet -ontvankelijk (verhuurder is verzoeker) | 100% verhuurder |
|
5 huurders dienen servicekostenverzoeken in voor de kalenderjaren 2023, 2024 en 2025. De verhuurder is in dezelfde soort procedure nog niet eerder volledig in het ongelijk gesteld. De verzoeken worden gelijktijdig behandeld en de verhuurder wordt volledig in het ongelijk gesteld. Op de legesveroordeling wordt de hardheidsclausule van artikel 7 lid 9 Uhw toegepast: het vastgestelde legestarief geldt maximaal voor twee zaken per kalenderjaar, voor de overige zaken wordt €25 per zaak per kalenderjaar gerekend. Berekening leges per kalenderjaar: (2 × €500) + (1 × €25) = € 1.025 per jaar De verhuurder moet voor 2023, 2024 en 2025 in totaal 3 × € 1.025 = € 3.075 aan leges betalen. |
69 Zie paragraaf 2.16 voor een voorbeeld hiervan.