Inleiding

1.1 Doel van dit beleidsboek

Dit beleidsboek legt uit hoe de Huurcommissie leges vaststelt en int. Het doel is om duidelijkheid te bieden over wanneer en waarom leges worden geheven, hoe de bedragen tot stand komen en in welke situaties afwijkingen mogelijk zijn. Het beleidsboek is de leidraad voor een eenduidige, transparante en rechtvaardige uitvoering van het legesbeleid, zowel voor medewerkers van de Huurcommissie als voor huurders en verhuurders die met leges te maken krijgen.

1.2 Samenvatting van de belangrijkste wijzigingen

  • In lijn met de Wet betaalbare huur (1 juli 2024) is de telling van drie achtereenvolgende kalenderjaren bij het gedifferentieerd legestarief gewijzigd in vier achtereenvolgende kalenderjaren.
  • Er is een termijn van drie kalendermaanden na verzending geïntroduceerd, waarna een uitspraak meetelt voor het gedifferentieerde legestarief.
  • Het gedifferentieerd legestarief wordt toegepast op volledige ongelijkstellingen.
  • Wanneer een rechterlijke uitspraak de verhuurder in het gelijk stelt op hetzelfde geschilpunt waarop de Huurcommissie hem eerder in het ongelijk heeft gesteld, kan de verhuurder verzoeken om voor toekomstige legesveroordelingen teruggezet te worden in de staffel van het gedifferentieerd legestarief.
  • De situaties waarin de hardheidsclausule kan worden toegepast zijn uitgebreid.
  • De rechtsgang naar de kantonrechter na een legesveroordeling is vastgelegd.

2. Het juridisch kader

2.1 Leges

Leges zijn kosten die een huurder of verhuurder betaalt voor het behandelen van een verzoek door de Huurcommissie. De partij die het verzoek indient, betaalt de leges. Dat kan als voorschot of als vaste vergoeding, zie 2.2 en 2.3.

2.2 Hoogte voorschot leges

Bij het indienen van een verzoek aan de Huurcommissie is de verzoeker verplicht om een voorschot van de leges te betalen. De hoogte van dat voorschot is1:

  • huurder: €25
  • verhuurder: €500

Als de verzoeker in het gelijk wordt gesteld, krijgt deze partij de betaalde leges terug (zie 2.11) en wordt in beginsel de wederpartij veroordeeld in de kosten van de leges.

2.3 Hoogte vaste vergoeding voor uitspraak of advies

In sommige procedures betaalt de verzoeker geen leges, maar een vaste vergoeding aan de Huurcommissie. Deze vergoeding moet altijd betaald worden, de verzoeker krijgt dit geld dus niet terug als deze (gedeeltelijk) in het gelijk wordt gesteld. Deze vaste tarieven zorgen voor duidelijkheid en voorspelbaarheid: partijen weten vooraf wie welke kosten betaalt. De hoogte van de vergoeding verschilt per type procedure:

  • bij verzoeken op grond van de Wet overleg huurders en verhuurder (Wohv)2: de vergoeding bedraagt €100.3
  • bij een adviesprocedure4: huurder €25 / verhuurder €500.5

2.4 Vergoeding voor inlichtingen of verklaringen

Voor inlichtingen en verklaringen gelden aparte tarieven.

  • Inlichtingen aan de rechter6: geen vergoeding verschuldigd.
  • Verklaringen aan de Belastingdienst/Toeslagen7: geen vergoeding verschuldigd.
  • Verklaringen gemeenten8: € 500.

2.5 Termijn en betaling (voorschot) leges

De partij die een verzoek indient moet leges betalen. Het legesbedrag moet binnen vier weken na de datum van het betaalverzoek worden betaald.9 Als de leges niet op tijd zijn betaald, doet de voorzitter direct uitspraak en verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.10

2.6 In verzet tegen de voorzittersuitspraak niet- tijdig betalen

Als de voorzitter van de Huurcommissie het verzoek niet-ontvankelijk verklaart omdat het voorschot op de leges niet op tijd is betaald, kan de verzoeker in verzet gaan tegen deze beslissing. In de verzetsprocedure beoordeelt de zittingscommissie of de beslissing van de voorzitter terecht is. 

Er zijn drie mogelijke uitkomsten:

  1. Het verzet is gegrond

De zittingscommissie stelt vast dat de verzoeker niet in verzuim was. Het verzet wordt gegrond verklaard.

De verzoeker krijgt daarna opnieuw de mogelijkheid om het voorschot te betalen. Daarvoor geldt een termijn van vier weken, te rekenen vanaf de datum op het betaalverzoek dat de verzoeker krijgt tegelijk met de uitspraak in verzet.

  1. Het verzet is ongegrond

De zittingscommissie stelt vast dat de verzoeker de leges niet op tijd heeft betaald en verklaart het verzet daarom ongegrond.  

De verzoeker kan ervoor kiezen om een nieuw verzoek in te dienen, dit kan alleen als de termijn waarbinnen een verzoek moet worden ingediend nog niet is verstreken

3. Het verzet is niet-ontvankelijk

De zittingscommissie stelt vast dat het verzet te laat is ingediend, de termijn voor verzet is verstreken. Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard

1Artikel 4 Bhw.

2Artikel 4a Uhw en artikel 7a

3Artikel 4 lid 3 Bhw en artikel 7a lid 1 en 2 Uhw.

4Artikel 5 lid 3 Uhw.

5Artikel 4a Bhw en artikel 8 Uhw.

6Artikel 5, lid 1, Uhw.

7Artikel 6, lid 1, onderdeel b, Uhw.

8Artikel 5 lid 2 Uhw en artikel 12b Urhw. Zie ook Reglement verklaringen gemeenten.

9Artikel 7 lid 4 Uhw.

10Artikel 7 lid 5 Uhw.

2.7  Vrijstelling van betaling van leges

Een huurder of verhuurder kan onder bepaalde voorwaarden vrijstelling van de betaling van leges aanvragen.11 Alleen natuurlijke personen kunnen een vrijstellingsaanvraag indienen. De aanvraag kost geen geld.

In principe moet een huurder of verhuurder een aparte vrijstelling aanvragen voor elke procedure of legesveroordeling. Er is één uitzondering: bij meerdere geschillen over servicekosten voor verschillende periodes volstaat één aanvraag, zolang in de aanvraag duidelijk wordt aangegeven welke geschillen het betreft en de aanvraag binnen de toegestane termijn wordt ingediend.

De aanvrager kan in een nieuwe aanvraag voor vrijstelling van betaling van de leges, verwijzen naar een eerder verleende beschikking voor vrijstelling of eerder ingediende documenten, zolang deze nog geldig zijn.

11Artikel 7 lid 8 Uhw. Het doel van deze regeling is ervoor te zorgen dat leges geen onoverkomelijke drempel vormen voor mensen met een laag inkomen of een uitkering.
 

2.7.1 Moment indienen verzoek om vrijstelling

Een verzoek om vrijstelling van leges kan op twee momenten worden gedaan:

  1. Bij de start van de procedure

De aanvraag bij de start van de procedure heeft betrekking op het voorschot op de leges of op de vaste vergoeding bij een Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv) verzoek ingediend door een huurder. Voor een verzoek om advies kan de verzoeker geen vrijstelling aanvragen.

  1. Na de uitspraak

De aanvraag na een uitspraak heeft betrekking op de leges die deze partij volgens de legesveroordeling in de uitspraak moet betalen. De aanvraag kan worden ingediend zodra het betaalverzoek van het CJIB is ontvangen. Een verzoek om vrijstelling van de niet-verzoekende partij die wordt ingediend vóórdat de uitspraak is verzonden, wordt niet in behandeling genomen en direct afgewezen.

2.7.2 Voorwaarden voor vrijstelling leges

De Huurcommissie toetst het verzoek om vrijstelling op de volgende voorwaarden:

  1. Persoonlijke status

Alleen natuurlijke personen komen in aanmerking voor vrijstelling van leges.

  1. Schriftelijke aanvraag

De aanvraag moet schriftelijk worden ingediend, bij voorkeur op het formulier dat door het bestuur beschikbaar is gesteld.12 Schriftelijke verzoeken die niet via dit formulier zijn ingediend maar wel alle benodigde informatie bevatten, worden ook geaccepteerd.13

  1. Tijdigheid van de aanvraag

De aanvraag moet binnen de volgende termijnen zijn ingediend. Dat is:

  • binnen vier weken na de ontvangstbevestiging van het verzoekschrift.14
  • binnen vier weken na het betaalverzoek van het CJIB na een uitspraak.15
     
  1. Bewijs van minimuminkomen of bijstand

Alleen personen met een minimuminkomen of lager komen in aanmerking. De aanvrager moet daarom bij de aanvraag een bewijs van inkomen geven, zoals16:

  • Definitieve beschikking huurtoeslag met het toetsingsinkomen:

Het gaat om de definitieve beschikking tot toekenning van huurtoeslag. De beschikking mag op het moment van indienen van de aanvraag niet ouder zijn dan 18  maanden en moet ook voorzien zijn van het (gezamenlijk) toetsingsinkomen. Op de website staat hoe dit kan worden opgevraagd, zowel telefonisch als via de website van de Belastingdienst.

  • Bijstands- of uitkeringsspecificatie

Het gaat om een beschikking of specificatie waaruit blijkt dat de aanvrager een van de volgende uitkering ontvangt: bijstand, AOW met AIO-aanvulling of Wajong. De beschikking mag op het moment van indienen van de aanvraag niet ouder zijn dan 6  maanden.

Het minimuminkomen in 202417:

Voor een eenpersoonshuishouden: € 20.700.

Voor een meerpersoonshuishouden: € 26.975.

Het minimuminkomen in 202518:

Voor een eenpersoonshuishouden: € 22.700.

Voor een meerpersoonshuishouden: € 30.450.
 

  1. Termijn voor het insturen van bewijsstukken

De bewijsstukken moeten binnen dezelfde termijn als de aanvraag om vrijstelling worden aangeleverd.

2.7.3 Opschorting van betaling bij aanvraag vrijstelling

Als een aanvraag om vrijstelling van legesvoorschot is gedaan, wordt de termijn voor betaling opgeschort. Dit betekent dat de verzoeker niet hoeft te betalen totdat de voorzitter van de Huurcommissie een besluit heeft genomen over het verzoek om vrijstelling.19

2.7.4 Beslissing aanvraag vrijstelling leges

De voorzitter beslist binnen acht weken op een aanvraag om vrijstelling en doet dit via een beschikking.20 De voorzitter kan zich laten vervangen door een zittingsvoorzitter. Lukt het niet om binnen acht weken een beslissing te nemen, dan krijgt de aanvrager een bericht van de Huurcommissie met een nieuwe termijn van vier weken, waarbinnen de beschikking wordt gegeven.21

De mogelijke uitkomsten zijn:

  • Beslissing vrijstelling verleend: de verzoeker hoeft het voorschot niet meer te betalen. Een verleende vrijstelling blijft van kracht gedurende de gehele looptijd van een verzoek inclusief een eventuele verzetprocedure.
  • Beslissing vrijstelling niet verleend: de verzoeker moet het voorschot alsnog betalen, binnen de termijn die in de uitspraak is genoemd.

2.7.5 In verzet gaan tegen beslissing vrijstelling niet verleend

Als de voorzitter van de Huurcommissie besluit om geen vrijstelling van het legesvoorschot te verlenen, kan de verzoeker in verzet gaan tegen deze beslissing. In de verzetsprocedure beoordeelt de zittingscommissie, óf de voorzitter van de Huurcommissie terecht heeft vastgesteld dat de verzoeker geen vrijstelling kan krijgen. De mogelijke uitkomsten zijn:

  • De zittingscommissie stelt vast dat de verzoeker geen vrijstelling kan krijgen. Het verzet wordt ongegrond verklaard.
  • De zittingscommissie stelt vast dat de verzoeker wel vrijstelling kan krijgen. Het verzet wordt gegrond verklaard.
  • De zittingscommissie stelt vast dat de termijn om in verzet te gaan is verstreken. Het verzet is niet-ontvankelijk.

2.8 (Gedeeltelijke) terugbetaling legesvoorschot vóór uitspraak (alleen aan verhuurder)

De Huurcommissie betaalt soms het betaalde legesvoorschot (gedeeltelijk) terug, nog betaald voordat er een uitspraak is gedaan. Dat kan gebeuren in de situaties die hieronder zijn beschreven. Andere vormen van terugbetaling zijn er niet.22


2.8.1 Na rapport van onderzoek

Deze terugbetaling geldt uitsluitend in deze specifieke fase van de procedure. Het doel van deze regeling is te bevorderen dat geschillen worden beëindigd nadat de Huurcommissie haar bevindingen heeft vastgelegd in het rapport van onderzoek, zodat verdere procedure wordt voorkomen.

2.8.2 Voorkomen van dubbele leges bij per ongeluk ingediende dubbele verzoeken

Het kan voorkomen dat een verzoeker per ongeluk meer dan één keer hetzelfde verzoek indient bij de Huurcommissie. In een dergelijke situatie beoordeelt de Huurcommissie of sprake is van een onbedoeld verkeerd ingediend verzoek. Is dat het geval, dan beëindigt de Huurcommissie de extra zaak administratief. Als voor die zaak al leges zijn betaald, stort de Huurcommissie het bedrag voor de extra zaak terug. Zo voorkomt de Huurcommissie dat een verzoeker onnodig dubbel leges betaalt.

2.8.3 Onbedoeld gekozen verkeerde procedure

Het komt voor dat een verzoeker achteraf ontdekt dat een onjuiste procedure is gekozen, of dat de Huurcommissie dit tijdens de intake vaststelt. In dat geval zet de Huurcommissie de zaak administratief om naar de juiste procedure. De onjuiste zaak wordt administratief beëindigd. Als voor die zaak al leges zijn betaald, stort de Huurcommissie dit bedrag terug. Bij het aanmaken van de juiste procedure wordt de verzoekende partij gevraagd opnieuw leges te betalen voor deze nieuwe procedure. Hiermee wordt voorkomen dat een partij een uitspraak ontvangt die niet aansluit bij het verzoek, dat de verzoeker opnieuw een verzoek moet indienen en dat dubbele leges verschuldigd zijn.

2.9 Legesveroordeling in de uitspraak

Bij de uitspraak wordt naast de inhoud van het verzoek, ook uitspraak gedaan over wie de leges moet betalen. Deze legesveroordeling is namelijk een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de wetgever heeft de bestuursrechtelijke route van bezwaar en beroep uitdrukkelijk uitgesloten.24 De uiteindelijke verdeling van de leges hangt af van de uitkomst van de zaak. Het uitgangspunt is dat de partij die in het ongelijk wordt gesteld, de leges betaalt. Er zijn vier mogelijkheden25:

  1. De verzoeker krijgt (grotendeels) gelijk
  • De verzoeker krijgt 100% van het betaalde voorschot terug.
  • De andere partij betaalt 100% van het voor hem geldende legesbedrag.
  1. Beide partijen worden ongeveer evenveel in het (on)gelijk gesteld
  • De verzoeker krijgt 50% van het betaalde voorschot terug.
  • De andere partij betaalt 50% van het voor hem geldende legesbedrag.
  1. De verzoeker krijgt (grotendeels) ongelijk.
  • Het betaalde voorschot wordt niet terugbetaald aan de verzoeker.
  1. Het verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard.
  • De verzoeker wordt voor 100% veroordeeld in de leges. Hierop is één uitzondering: als de zaak niet-ontvankelijk is omdat het voorschot op de leges niet op tijd is betaald. De leges hoeven dan niet alsnog betaald te worden.

Als de verzoeker (gedeeltelijk) in het ongelijk wordt gesteld, maar eerder vrijstelling kreeg en daarom geen voorschot heeft betaald, dan wordt hij ook vrijgesteld van de legesveroordeling.

2.10 Gedifferentieerde legesveroordeling voor de verhuurder

Hoe vaker de verhuurder volledig in het ongelijk is gesteld in de voorgaande vier kalenderjaren, hoe hoger het legestarief dat hij moet betalen.26 Dit wordt ook wel het gedifferentieerde legestarief genoemd en is bedoeld om verhuurders te stimuleren hun procedures zorgvuldig en correct te voeren.27

Voor geschillen over de aanvangshuurprijs28 en over het splitsen van all-in prijzen29 geldt het gedifferentieerde legestarief vanaf verzoeken die zijn ingediend op of na 1 januari 2019. Voor alle andere geschillen geldt dit vanaf verzoeken die zijn ingediend op of na 1 juli 2024.

Om de hoogte van de leges te bepalen, kijkt de Huurcommissie naar:

  • zaken in de afgelopen vier kalenderjaren
  • waarin de verhuurder volledig in het ongelijk is gesteld*
  • in dezelfde soort procedure.  

*De verhuurder is volledig in het ongelijk gesteld als hij voor 100% in de leges is veroordeeld.

Op basis van deze gegevens kan het legestarief worden bepaald volgens onderstaande staffel30:

  • 1e keer ongelijk/het reguliere legestarief verhuurder: €500
  • 2e keer volledig ongelijk: €700
  • 3e keer volledig ongelijk: €1.400
  • 4e keer of vaker volledig ongelijk: €1.750

2.10.1 Termijn meetellen ongelijkstelling voor het gedifferentieerde tarief

Een eerdere volledige ongelijkstelling telt mee voor de toepassing van het gedifferentieerde legestarief als sinds de verzending van de uitspraak tenminste drie kalendermaanden verstreken zijn.31 Deze termijn geeft partijen de tijd om de uitspraak te ontvangen en zo nodig verzet in te stellen. Ook zorgt de termijn ervoor dat de ongelijkstelling in beginsel definitief is voordat deze gevolgen heeft voor de hoogte van het legestarief in de staffel.

Voorbeeld: Meetellen ongelijkstellingen vier voorafgaande kalenderjaren

De Huurcommissie doet uitspraak op 1 juli 2025. De ongelijkstellingen in dezelfde zaaksoort tellen mee uit de volgende achtereenvolgende kalenderjaren: 2025, 2024, 2023 en 2022.

De Huurcommissie betaalt het voorschot op de leges (gedeeltelijk) terug binnen vier weken. Deze termijn gaat in op het volgende moment:

  • Bij een commissie-uitspraak: vier weken na verzending van de uitspraak.
  • Bij een voorzittersuitspraak waartegen geen verzet wordt ingediend: vier weken na afloop van de verzetstermijn.
  • Bij een voorzittersuitspraak waartegen wél verzet wordt ingediend: vier weken na verzending van de commissie-uitspraak op het verzet.

2.12 Betaling door de wederpartij

Wanneer de wederpartij is veroordeeld in de leges in de uitspraak, volgt er een betalingsverzoek van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) met een betalingstermijn van 4 weken. Als de leges niet op tijd worden betaald, kan het bedrag bij dwangbevel worden ingevorderd.32   

2.13 Matiging van legesbedragen - hardheidsclausule

Voor elke zaak moeten leges betaald worden. De Huurcommissie wil echter voorkomen dat een legesveroordeling in een concreet geval tot een onredelijke uitkomst leidt.  Daarom mag zij in specifieke situaties afwijken van zowel het reguliere als het gedifferentieerde legestarief. Deze bevoegdheid wordt de hardheidsclausule genoemd. De Huurcommissie past deze alleen toe in bijzondere gevallen. Het gaat daarbij niet om een gewone uitzondering op de regels, maar om situaties waarin toepassing van het legestarief leidt tot een onredelijke uitkomst die de wetgever niet heeft beoogd of kunnen voorzien.33Daarvan is alleen sprake wanneer toepassing van het geldende legestarief, gelet op het doel van de leges, zou leiden tot ‘een onbillijkheid van overwegende aard’.34 De beoordeling hiervan ligt bij de Huurcommissie.

2.13.1 Motivering bij de hardheidsclausule

Wanneer de Huurcommissie besluit om af te wijken van het geldende legestarief, wordt dit in de uitspraak gemotiveerd. Daarbij gelden de volgende eisen:

  • er moet expliciet worden vermeld dat en waarom wordt afgeweken van het geldende legestarief;
  • in de uitspraak staat welk legesbedrag wel in rekening wordt gebracht;
  • de beslissing wordt onderbouwd met een verwijzing naar de wettelijke grondslag van de afwijking: artikel 7 lid 1 Uhw of artikel 7 lid 9 Uhw.

2.14 Hardheidsclausule bij het reguliere legestarief

De Huurcommissie kan in een zaak afwijken van het geldende legestarief als toepassing daarvan in de gegeven situatie onbillijk zou uitpakken. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer een partij door een wettelijke verplichting een procedure moet starten, terwijl er al een andere zaak tussen dezelfde partijen loopt. Als de uitkomst van die zaak direct gevolgen heeft voor de andere procedure, kan het onredelijk zijn om in beide zaken leges te heffen. In zulke gevallen kan de Huurcommissie gemotiveerd beslissen dat slechts in één van de zaken een legesveroordeling wordt uitgesproken, zodat een partij niet onredelijk dubbel wordt belast.

Voorbeeld: Toepassing hardheidsclausule combinatiezaak bij het reguliere legestarief

Wanneer een huurder bezwaar maakt tegen een huurverhoging, moet de verhuurder binnen zes weken na het ingaan van de voorgestelde verhoging een procedure bij de Huurcommissie starten om de huurverhoging door te voeren. De verhuurder is verplicht dit verzoek binnen deze wettelijke termijn in te dienen.

Als de huurder een gebrekenprocedure bij de Huurcommissie indient, voordat de verhuurder zijn huurverhogingsprocedure heeft gestart en in die gebrekenprocedure worden gebreken vastgesteld, mag de huurverhoging niet plaatsvinden.

De Huurcommissie is van mening dat het in dit geval onbillijk zou zijn om de verhuurder zowel in de gebrekenprocedure als in de huurverhogingsprocedure in de leges te veroordelen. Daarom past de Huurcommissie de hardheidsclausule toe volgens artikel 7 lid 1 Uhw: de verhuurder wordt in de gebrekenprocedure in de leges veroordeeld, maar in de huurverhogingsprocedure wordt geen legesveroordeling uitgesproken.

Als de verhuurder in een reguliere huurverhogingsprocedure het verzoek intrekt, omdat de huurder het bezwaar heeft ingetrokken, kan de hardheidsclausule ook woorden toegepast. De verhuurder is namelijk wettelijk verplicht om voor een huurverhoging een procedure bij de Huurcommissie te starten als de huurder hier bezwaar tegen maakt. Omdat de verhuurder in dit geval afhankelijk is van het handelen van de huurder, is het onbillijk om de verhuurder in de leges te veroordelen. In deze situatie volgt geen legesveroordeling.

2.15 Hardheidsclausule bij het gedifferentieerde legestarief

Als een verhuurder in voorgaande jaren volledig in het ongelijk is gesteld, kan het hogere (gedifferentieerde) legestarief gelden. De Huurcommissie beoordeelt in dat geval eerst óf het hogere legestarief geldt óf dat er reden is om dit niet toe te passen. Dat kan alleen op basis van de zogenoemde hardheidsclausule in artikel 7 lid 1 van de Uhw.

Als de toepassing van het gedifferentieerde tarief volgens de Huurcommissie zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, dan zijn er twee mogelijkheden:

  • de Huurcommissie past het reguliere legestarief toe, of
  • de Huurcommissie past wel het gedifferentieerde legestarief toe, maar verhoogt dit niet naar het eerstvolgende staffelbedrag.

Dit kan bijvoorbeeld  als een verhuurder weliswaar meerdere keren op dezelfde manier heeft gehandeld of dezelfde administratieve fout heeft gemaakt, maar daarvoor nog geen eerdere uitspraak van de Huurcommissie heeft ontvangen waarin dit handelen als onjuist is beoordeeld. De verhuurder heeft dan nog geen reële mogelijkheid gehad zijn gedrag aan te passen.

In zo’n situatie wordt toepassing van het gedifferentieerde (en/of volgende staffel) tarief onredelijk geacht, en wordt de hardheidsclausule toegepast.35

Voorbeeld: Toepassing hardheidsclausule bij servicekostenzaken

Eerste zaak (servicekosten 2023):

De verhuurder verstrekt de afrekening servicekosten 2023 tijdig, vóór 30 juni 2024.

Het geschil gaat over de doorberekening van het gemeenschappelijke tuinonderhoud. De huurder dient op 30 juni 2025 een verzoek in bij de Huurcommissie. De uitspraak wordt op 31 oktober 2025 verzonden. De verhuurder wordt volledig in het ongelijk gesteld.

Vervolgzaak (servicekosten 2024):

De verhuurder verstrekt de afrekening servicekosten 2024 tijdig, op 30 juni 2025. Ook hier gaat het geschil over de doorberekening van het gemeenschappelijke tuinonderhoud. De huurder dient op 1 september 2025 een verzoek in. De verhuurder wordt opnieuw volledig in het ongelijk gesteld.

Gevolg voor het legestarief:

Normaal gesproken zou voor deze vervolgzaak het gedifferentieerde legestarief gelden. De verhuurder zou dan in de eerstvolgende staffel van €700 vallen. De uitspraak over 2023 is echter pas op 31 oktober 2025 verzonden. Dat is ná de afrekening van 2024. De verhuurder had daardoor geen reële mogelijkheid om zijn werkwijze vooraf aan te passen.

Het toepassen van het hogere tarief zou daarom onbillijk zijn. De Huurcommissie past de hardheidsclausule toe (artikel 7, eerste lid, Uhw). De staffelverhoging wordt niet toegepast. De verhuurder betaalt in deze zaak het reguliere legestarief van €500.

Voorbeeld: geen toepassing hardheidsclausule

Eerste zaak (servicekosten 2023):

De verhuurder verstrekt de afrekening servicekosten 2023 tijdig, vóór 30 juni 2024. Het geschil gaat over de doorberekening van het gemeenschappelijke tuinonderhoud. De huurder dient op 1 januari 2025 een verzoek in bij de Huurcommissie. De uitspraak wordt op 1 april 2025 verzonden. De verhuurder wordt volledig in het ongelijk gesteld.

Vervolgzaak (servicekosten 2024):

De verhuurder verstrekt ook de afrekening servicekosten 2024 tijdig, vóór 30 juni 2025. Opnieuw gaat het geschil over de doorberekening van het gemeenschappelijke tuinonderhoud. De huurder dient op 1 september 2025 een verzoek in. De Huurcommissie stelt de verhuurder opnieuw volledig in het ongelijk.

Gevolg voor het legestarief:

De uitspraak over 2023 was al op 1 april 2025 verzonden. De verhuurder had daardoor de mogelijkheid om zijn werkwijze vóór de afrekening van 2024 aan te passen.

Omdat hij dat niet heeft gedaan, geldt in deze vervolgzaak het gedifferentieerde legestarief. De verhuurder valt daarom in de eerstvolgende staffel van €700.

2.16 Hardheidsclausule bij gelijkluidende verzoeken

De Huurcommissie kan ook afwijken van het legestarief wanneer twee of meer (bijna) identieke verzoeken tegelijk lopen.36 Daarbij gelden de onderstaande voorwaarden37:

  • er is sprake van 2 of meer gelijkluidende of nagenoeg gelijkluidende verzoeken*
  • deze verzoeken zijn in dezelfde week ingediend bij de Huurcommissie38;
  • de verzoekende partij is niet de verhuurder;
  • de verhuurder wordt volgens de Huurcommissie, gelet op de strekking van het verzoekschrift geheel of gedeeltelijk in het ongelijk gesteld;
  • Bij servicekostenzaken geldt dat  de verhuurder de servicekosten tijdig moet hebben afgerekend met de huurder.

*Met (nagenoeg) gelijkluidende verzoeken wordt bedoeld dat de verzoeken sterk op elkaar lijken, het gaat bijvoorbeeld om:

  • meerdere huurders die een verzoek indienen over dezelfde kwestie. Het moet dan gaan om zaken die niet direct aan de eigen woning gekoppeld zijn, zoals de servicekostenkosten voor gemeenschappelijk tuinonderhoud of verzoeken om huurverlaging op basis van hetzelfde gebrek aan een gemeenschappelijke voorziening, zoals de lift.
  • één huurder die verzoeken indient over meerdere jaren. Bijvoorbeeld een huurder die  meerdere vergelijkbare servicekostenverzoeken indient.
  • meerdere huurders die elk verzoeken indienen over meerdere jaren.

De Huurcommissie past de hardheidsclausule bij gelijkluidende verzoeken als volgt toe39:

  • Als de verhuurder volledig in het ongelijk wordt gesteld: de verhuurder betaalt tweemaal € 500 leges, plus € 25 per aanvullende zaak. Dit geldt per kalenderjaar.
  • Als de verhuurder gedeeltelijk in het ongelijk wordt gesteld: de verhuurder betaalt tweemaal € 250 leges, plus
    € 12,50 per aanvullende zaak. Dit geldt per kalenderjaar.
  • Bij gelijkluidende verzoeken wordt de hardheidsclausule op het gedifferentieerde tarief ook toegepast volgens artikel 7 lid 1 Uhw. Zie voor de uitwerking paragraaf 2.15.
Voorbeeld: Toepassing hardheidsclausule bij gelijkluidende verzoeken bij servicekosten

De situatie

20 huurders dienen servicekostenverzoeken in voor de kalenderjaren 2021, 2022 en 2023. De verhuurder had een eerdere ongelijkstelling over dezelfde kwestie, maar de uitspraak is pas verzonden nadat deze 20 verzoeken waren ingediend. De Huurcommissie oordeelt dat de verhuurder geen kans heeft gehad om zijn handelswijze aan te passen, naar aanleiding van deze eerdere uitspraak. Daarom wordt de hardheidsclausule van artikel 7 lid 1 Uhw toegepast. Dit betekent dat het legestarief van €500 wordt gehanteerd en niet het gedifferentieerde legestarief naar de eerstvolgende staffel €700.

Oordeel van de Huurcommissie

Omdat er daarnaast 20 (nagenoeg) gelijkluidende verzoeken zijn, wordt ook de hardheidsclausule van artikel 7 lid 9 Uhw toegepast: het vastgestelde legestarief geldt per kalenderjaar maximaal voor twee zaken, voor de overige 18 zaken wordt €25 per zaak per kalenderjaar gerekend. Berekening per kalenderjaar:

  • 2 × €500 = €1.000
  • 18 × €25 = €450
  • Totaal per jaar: €1.450

Voor 2021, 2022 en 2023 bedraagt het totaalbedrag: €1.450 × 3 = €4.350.

Indien de hardheidsclausule niet zou worden toegepast, zou de verhuurder worden veroordeeld tot leges op basis van het gedifferentieerde legestarief: €700 voor de eerste zaak vanwege de eerdere veroordeling, €1.400 voor de tweede zaak en €1.750 per zaak voor de overige 18 zaken. Dit resulteert in een totaal van €33.600 (€700 + €1.400 + 18×€1.750).

Voorbeeld: Toepassing hardheidsclausule bij gelijkluidende verzoeken bij gebreken

Tien huurders uit hetzelfde appartementencomplex dienen in dezelfde week ieder een verzoek tot huurverlaging in. Alle verzoeken gaan over hetzelfde probleem: ernstige storingen aan de gemeenschappelijke lift.

Omdat het om nagenoeg gelijkluidende verzoeken gaat, past de Huurcommissie de hardheidsclausule toe (artikel 7, negende lid, Uhw). Daarbij geldt het reguliere legestarief voor maximaal twee zaken. Voor de overige zaken wordt €25 per zaak gerekend. Dit ziet er als volgt uit:

  • 2 × €500 = €1.000
  • 8 × €25 = €200
  • Totaal: €1.200

Als de hardheidsclausule niet zou worden toegepast, zou de verhuurder worden veroordeeld tot leges op basis van het gedifferentieerde legestarief: €500 voor de eerste zaak, €700 voor de tweede, €1.400 voor de derde en €1.750 per zaak voor de overige 7 zaken. Dit resulteert in een totaal van €14.850 (€500 + €700 + €1.400 + 7×€1.750 = €14.850).

Voorbeeld: Toepassing hardheidsclausule bij gelijkluidende verzoeken bij punten

De situatie

Tien huurders uit hetzelfde appartementencomplex dienen in dezelfde week ieder een verzoek in om de huurprijs te laten toetsen op basis van het puntenstelsel. Zij vinden allemaal dat hun huurprijs te hoog is..

Oordeel van de Huurcommissie

Omdat het om nagenoeg gelijkluidende verzoeken gaat, past de Huurcommissie de hardheidsclausule toe (artikel 7, negende lid, Uhw). Daarbij geldt het reguliere legestarief voor maximaal twee zaken. Voor de overige zaken wordt €25 per zaak gerekend. Dit ziet er als volgt uit:

  • 2 × €500 = €1.000
  • 8 × €25 = €200
  • Totaal: €1.200

Als de hardheidsclausule niet zou worden toegepast, zou de verhuurder worden veroordeeld tot leges op basis van het gedifferentieerde legestarief: €500 voor de eerste zaak, €700 voor de tweede, €1.400 voor de derde en €1.750 per zaak voor de overige 7 zaken. Dit resulteert in een totaal van €14.850 (€500 + €700 + €1.400 + 7×€1.750 = €14.850).

2.17  Leges bij intrekking van het verzoek

De verzoeker kan een zaak schriftelijk intrekken.40Als het legesvoorschot al is betaald, wordt deze niet teruggestort.

2.18 De rechtsgang naar de kantonrechter bij de leges

In de uitspraak van de Huurcommissie staat een inhoudelijke beoordeling van het verzoek. Tegen deze inhoudelijke beoordeling staat de rechtsgang naar de kantonrechter open.41 Partijen kunnen het geschil dus voorleggen aan de kantonrechter, deze beoordeelt de zaak dan inhoudelijk opnieuw.

De Huurcommissie beslist in de uitspraak ook over de leges. Er is geen mogelijkheid om deze legesveroordeling aan te vechten bij bestuursrechter. Deze legesveroordeling is namelijk een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de wetgever heeft de bestuursrechtelijke route van bezwaar en beroep uitdrukkelijk uitgesloten.42

Er is geen eenvoudige of gegarandeerde route om de leges ongedaan te maken; de wet bepaalt namelijk dat deze aan de Staat verschuldigd zijn. De wet laat wel de mogelijkheid open om de legesveroordeling bij de kantonrechter aan de orde te stellen. De legesveroordeling moet dan als een aparte vordering aan de beoordeling van de kantonrechter worden voorgelegd. Partijen kunnen voor deze weg juridisch advies inwinnen.

Als de kantonrechter de verhuurder volledig in het gelijk stelt op hetzelfde geschilpunt waarover de Huurcommissie eerder anders besliste, kan de verhuurder de Huurcommissie verzoeken om te worden teruggezet in de staffel van het gedifferentieerde legestarief. De verhuurder moet dit verzoek onderbouwen met de uitspraak van de kantonrechter. De Huurcommissie beoordeelt vervolgens of de verhuurder voor de toekomstige legesveroordeling één stap kan worden teruggezet in de staffel. De eerdere legesveroordeling blijft gelden.

2.19 Wettelijke rente bij te laat terugbetaalde leges

Als de Huurcommissie te laat is met het terugbetalen van leges aan een partij, kan wettelijke rente in rekening worden gebracht. De wettelijke rente begint te lopen vanaf het moment dat de Huurcommissie in verzuim is, dat is nadat de redelijke termijn uit de schriftelijke ingebrekestelling is verlopen.43 

Voorbeeld: Huurcommissie betaalt leges niet op tijd terug

De Huurcommissie doet op 1 oktober 2025 uitspraak. De huurder krijgt volledig gelijk en heeft recht op terugbetaling van het legesvoorschot. De uitspraak wordt op 3 oktober 2025 aan beide partijen verzonden. De Huurcommissie moet het legesvoorschot daarom uiterlijk 31 oktober 2025 terugbetalen.

Op 31 oktober heeft de huurder nog geen betaling ontvangen. De huurder stuurt daarom op 3 november 2025 een ingebrekestelling. Daarin geeft hij de Huurcommissie een redelijke termijn van 14 dagen om alsnog te betalen. De Huurcommissie betaalt niet binnen deze termijn.

De termijn verstrijkt op 18 november 2025. Vanaf die datum is de Huurcommissie in verzuim.

De huurder kan dan wettelijke rente vorderen.


2.20 Algemene termijnenwet

De bepalingen van de Algemene termijnenwet zijn van toepassing op de hierboven genoemde termijnen.

12Artikel 11 lid 2 Urhw. (na Wth)

13Artikel 11 lid 1 Urhw.

14Artikel 11 lid 2 Urhw en artikel 7 lid 4 Uhw

15Artikel 11 lid 2 Urhw en artikel 7 lid 7 Uhw

16Artikel 11 lid 2 Urhw

17Artikel 3 Regeling huurtoeslaggrenzen 2024.

18Artikel 3 Regeling huurtoeslaggrenzen 2025.

19Deze regeling voorkomt dat verzoekers onnodig voorschotten betalen terwijl hun aanvraag om vrijstelling nog in behandeling is en zorgt voor duidelijkheid over de betalingstermijnen.

20Artikel 4:13 Awb.

21Artikel 4:14 lid 2 Awb.

22Voorheen was volledige terugbetaling van het voorschot mogelijk indien partijen een vaststellingsovereenkomst hadden gesloten met behulp van een bemiddelingstraject door de Huurcommissie. Dit gold dus niet voor een overeenkomst die partijen zelfstandig hadden gesloten, zonder tussenkomst van de Huurcommissie. De Huurcommissie biedt geen bemiddeling meer aan waardoor deze mogelijkheid voor een terugbetaling er niet is.

23Zie wetsvoorstel 33698-3.

24Artikel 7 lid 3 Uhw.

25Artikel 7 lid 1 Uhw.

26Het gedifferentieerde legestarief is geïntroduceerd in de Wet verdere modernisering van de Huurcommissie en later uitgebreid in de Wet betaalbare huur, met als doel verhuurders te stimuleren zorgvuldig te handelen, herhaald onterecht gedrag te ontmoedigen en de efficiëntie en kostenverdeling van de Huurcommissie te waarborgen, zie ook wetten 34652-3 + 36 496-3.

27Artikel 7:249 BW.

28Artikel 7:258 BW.

29Artikel 4 Bhw.

30Met een termijn van drie kalendermaanden wordt er rekening mee gehouden dat de ongelijkstelling onherroepelijk is.

31 Artikel 7 lid 3 en lid 7 Uhw

32Artikel 7 lid 1 Uhw en Bestuursbesluit 19 (27 mei 2021) ZBO-vergadering (mei 2021).

33Het doel van de leges betreft het dekken van de werkzaamheden en kosten van de Huurcommissie, zie ook 36496-3, 34652-3, 34652-3 en 33698-3.

34Als de verhuurder verschillende keren op dezelfde manier heeft gehandeld/ een administratieve fout heeft gemaakt maar nog geen uitspraak van de commissie heeft gekregen waarin dat handelen als onjuist is beoordeeld; de verhuurder kon zijn gedrag dus nog niet aanpassen op basis van de uitspraak van de commissie. In zo'n geval zou het onredelijk zijn om wel het hogere legestarief in rekening te brengen in een volgende zaak en wordt de hardheidsclausule toegepast, zie kamerstuk 34652, nr. 8.

35Het doel is om te voorkomen dat verhuurders buitensporig hoge leges betalen bij herhaalde, vrijwel identieke verzoeken, en zo de legesheffing proportioneel te houden.

36Artikel 7 lid 9 Uhw.

37Dit betekent dat tussen het eerste en het laatste verzoek maximaal 7 dagen zijn verstreken. Met dagen worden geen werkdagen bedoeld.

38Door deze regeling wordt enerzijds het hogere tarief van het gedifferentieerde legestarief gehandhaafd voor herhaalde fouten van de verhuurder, en anderzijds wordt voorkomen dat de totale leges voor meerdere nagenoeg identieke verzoeken onevenredig hoog worden.

39Zie Hoofdstuk 9 van het Procesreglement.

40Artikel 7:262 BW.

41Zie wetsvoorstel 33698-3.

42Artikelen 4:97 en 4:98 Awb.

Volgende