Met de Wet modernisering servicekosten (Wms) geldt voor huurcontracten ondertekend op of na 1 januari 2027 een extra regeling: de Regeling servicekosten. Hierin staan regels over hoe verhuurders servicekosten moeten berekenen en verdelen. Ook voor huurcontracten ondertekend vóór 1 januari 2027 heeft de Huurcommissie op sommige punten haar beleid gewijzigd.

Op deze pagina leest u wat de nieuwe manier van servicekosten berekenen in de praktijk betekent voor huurders en verhuurders.

Bestaande en nieuwe huurcontracten

De Regeling servicekosten geldt alleen voor nieuwe huurcontracten. Om te bepalen welke regels van toepassing zijn, kijkt u naar de datum waarop het huurcontract is ondertekend.

  • Bestaand huurcontract: een huurcontract dat voor 1 januari 2027 is ondertekend.
  • Nieuw huurcontract: een huurcontract dat op of na 1 januari 2027 is ondertekend.

Let op: voor sommige kosten geldt dat het beleid van de Huurcommissie ook voor bestaande contracten is gewijzigd. Als dit het geval is, geven we dat hieronder aan.

Nutsvoorzieningen

De Regeling servicekosten verduidelijkt de regels voor warmte, koude, gas, water en elektriciteit. Ook wordt uitgelegd welke situaties onder warmte en koude vallen en welke onder gas, elektriciteit en water.

  • Warmte en koude: de (door)levering van verwarmd tapwater, warmte en koude lucht, door een collectieve installatie, zoals een collectieve cv-ketel, collectieve warmtepomp, WKO-installatie en stadsverwarming.
  • Gas, elektriciteit en water: het gebruik van gas, elektriciteit en water (denk aan gas om te koken, elektriciteit voor verlichting en technische apparaten, water voor de kraan, wassen, toiletgebruik) en de (door)levering van verwarmd tapwater, warmte en koude lucht door een eigen individuele installatie.

De nieuwe regels voor nutsvoorzieningen zijn in de praktijk niet heel erg anders dan de oude regels. 

Overige servicekosten

Hieronder staat wat er voor de overige servicekosten verandert voor nieuwe en bestaande huurcontracten